BRAND! En nu?
Brandweer, fijn dat het bestaat, maar we hopen allemaal dat we ze nooit hoeven in te schakelen. We mogen van geluk spreken dat de brandweer zo goed in elkaar zit. Vroeger ging dat allemaal een stukje ingewikkelder.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!

Inwoners van middeleeuwse steden legden hiervoor een poorterseed af, wat hen onder andere verplichtte om te helpen in geval van brand.
Tot de zeventiende eeuw was brandbestrijding amper gereguleerd. Huizen waren voornamelijk van hout gebouwd, werden met haardvuren verwarmd en hadden rieten daken. In steden stonden de huizen dicht op elkaar, waardoor een kleine brand zich snel verspreidde. Een brandweer was er niet, noch een wateraansluiting of brandslangen. Inwoners moesten zelf met emmers proberen de schade te beperken. Inwoners van middeleeuwse steden legden hiervoor een poorterseed af, wat hen onder andere verplichtte om te helpen in geval van brand. Vanaf de zestiende eeuw kwamen er geleidelijk aan wat regels die brand moesten voorkomen en indien nodig beter te blussen moesten maken. In sommige steden was het verplicht een emmer paraat te hebben, of werd het bouwen van houten huizen verboden.
Brandspuit
De eerste echte stap richting een georganiseerde brandbestrijding kwam in 1672, toen Jan van der Heiden uit Gorkum de slangenbrandspuit uitvond. Hiermee kon de focus verlegd worden van het beperken van het uitbreiden van de brand, naar het aanpakken van de bron. Door de slang kon er gericht worden geblust. Aanvankelijk moest de spuit met emmers water worden gevuld, maar later komt er een pompsysteem waardoor water uit de gracht gebruikt kan worden. Hierdoor was het ook niet meer nodig dat alle inwoners paraat stonden bij brand. Door middel van loting werden mannen uitgekozen voor de brandweerdienstplicht. In het archief van het gemeentebestuur van Harderwijk is daar nog een twintigste-eeuws register van bewaard gebleven. (Toegang 5002, inventarisnummer 3613).
Vrijwillige brandweerkorpsen
Vanaf 1851 waren alle gemeentes zelf verantwoordelijk voor het onderhouden van hun eigen brandweer. Voor het eerst werden er, eerst vooral in grote steden, vrijwillige brandweerkorpsen opgericht. Het waren eigenlijk een soort brandweerverenigingen, de leden betaalden contributie en verwierven financiële steun bij de lokale middenstand. In sommige plaatsen kwam na verloop van tijd een beroepsbrandweer, als de vrijwillige brandweer niet voldoende bleek te zijn.
Instructie voor de gemeentelijke vrijwillige brandweer
Dat moest natuurlijk wel in goede banen worden geleid. Voor de nieuwe brandweerkorpsen, of ze nou vrijwillig of beroepsmatig waren, was er een instructie waarin hun werkzaamheden en plichten werden vermeld. Van de voormalige gemeente Doornspijk zijn twee van die instructies bewaard gebleven, een uit 1862 en een uit 1955. Er is in die periode wel het één en ander veranderd en toegevoegd. Zo heeft de instructie uit slechts 7 artikelen terwijl die van 1955 er al 25 had. Artikel 1 in 1862 bepaald dat de “Buurt- en Brandmeester” in de wijk moest wonen waar hij diende. Iedere buurt had zijn eigen brandmeester. In het eerste artikel van de instructie van 1955 daarentegen staat dat de leden van het brandweercorps een belofte moeten afleggen om hun taken goed te vervullen. Een hele andere lading, blijkbaar vond men het later belangrijk om daarmee te beginnen en pas daarna over te gaan op inhoudelijke instructies.


De nieuwere instructie bevat een paar artikelen specifiek voor de commandant, terwijl de oudere geen onderscheid maakt tussen verschillende functies. In de instructie uit 1955 staan zelfs specifieke aanwijzingen voor functies als reserve-chauffeur-pompbediener. Het was dus allemaal een stuk verder uitgewerkt en gereguleerd. Zo zijn er nog een heel aantal meer verschillen tussen beide documenten waaruit blijkt dat er een hoop is veranderd in de periode ertussen. Niet alleen het materieel veranderde, ook de mentaliteit.
De brandweer van nu
Die ontwikkeling heeft voortgeduurd tot de huidige tijd. Door de komst van nieuwe technologische ontwikkelingen en uitvindingen is het bestrijden van brand op grotere schaal mogelijk. Door nieuwe alarmsystemen zoals 112 en NL-alert kan de brandweer sneller ter plaatse komen en grotere schade voorkomen. Tegenwoordig zet de brandweer ook groots in op preventie, door middel van voorlichting en het stimuleren van brandveilig gedrag.
Zelf de instructies bekijken?
Ze worden bewaard in Elburg. De instructie uit 1862 is terug te vinden in toegang 1029, inventarisnummer 278. De instructie uit 1955 zit in toegang 1005, inventarisnummer 473. Reserveer vooraf je bezoek.
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U