Een tripje naar de hoofdstad
Hoe leuk is het om een dagje naar Amsterdam te gaan? Gezellig even winkelen of cultuur snuiven in een van de vele musea. Met de auto doe je er slechts anderhalf uur over vanuit Elburg. Met het OV iets langer, maar kun je lekker uit het raam staren.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
Vandaag bekijken we diezelfde reis van Elburg naar onze hoofdstad in het jaar 1744. Hoe maakten mensen die reis en wat kostte het eigenlijk?
Verloop
In de achttiende eeuw bezat Nederland nog geen spoorlijnen of een uitgebreid wegennetwerk. In de herfst en winter waren de wegen onbegaanbaar. Het meeste efficiënte vervoersmiddel was de boot. Elburg lag aan de Zuiderzee. Zodoende was het mogelijk om een rechtstreekse verbinding met Amsterdam op te zetten.
In de vijftiende eeuw ontstond in Nederland een netwerk van vaarroutes, die de beurtvaart werden genoemd. De overheid bemoeide zich met het reguleren van de beurtvaart door vastgestelde tarieven op te leggen. Rond 1600 beleefde dat zijn hoogtepunt en stopte rond 1880. De beurtvaart bleef daarna wel bestaan, maar geprivatiseerd.
De route Elburg – Amsterdam was onderdeel van dit netwerk. Wanneer het precies is ontstaan is onduidelijk, maar rond 1635 komen we de eerste vastgestelde ‘veergelden’ tegen in de collectie van het Noord-Veluws Archief..
![Paviljoenspoon in gebruik als beurtschip, 1791. [Stadsarchief Amsterdam]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2025/12/Paviljoenspoon-in-gebruik-als-beurtschip-1791.-Stadsarchief-Amsterdam.jpg)
![Harderwijks beurtschip op 't IJ bij Amsterdam. Achttiende eeuw. [Stadsarchief Amsterdam]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2025/12/Harderwijks-beurtschip-op-t-IJ-bij-Amsterdam.-Achttiende-eeuw.-Stadsarchief-Amsterdam.jpg)
Duur van de reis
De duur van de reis was afhankelijk van het soort schip en haar lading, maar ook de stroming en windrichting speelden een belangrijke rol. In 1820 schrijft F.M. van Loon dat een Woudsender Veerman (soort schip) in twaalf uur van Lemmer naam Amsterdam kon varen, maar een tjalk er wel vierentwintig uur voor nodig had. De overtocht van Elburg naar Amsterdam was korter, maar zal waarschijnlijk zo’n 8 – 12 uur geduurd hebben. Even winkelen en dezelfde dag weer naar huis zat er dus niet in voor de Elburger die in 1744 naar Amsterdam ging.
Kosten
‘Een mensch boven de thien jaaren’ moest 9 stuivers betalen voor een enkele overtocht. Eén gulden was ongeveer 20 stuivers. In vergelijking met een jaarloon was dat een behoorlijk bedrag. Anno 1747 verdiende Gerrit Hoen een jaarloon van 24 gulden en 10 stuivers als poortwachter. De bierdrager H. van Sittert verdiende 18 gulden en 9 stuivers in het jaar. Daarbij valt een retourtje Elburg – Amsterdam met de trein van € 19 tegenover een gemiddeld bruto jaarloon van € 46.500 bij in het niets.
Die 9 stuivers waren enkel voor de overtocht van een persoon. Het was echter waarschijnlijk dat je vracht meenam om te verhandelen. We pikken er een paar voorbeelden uit: honderd schaapvellen kostte 1 gulden en 5 stuivers. Een hoenderkorf mocht aan boord voor vier stuivers. Het vervoeren van een ton bier kostte zes stuivers.
Een tripje van Elburg naar Amsterdam was behoorlijk tijdrovend. Naast een lange reistijd was het onmogelijk om in één dag heen en weer te reizen en moest er dus ook overnacht worden in de stad. Daarnaast was de reis behoorlijk kostbaar. Een dagje Amsterdam? Dat is anno 2025 gemakkelijker dan in 1744.
![Ordonnantie van de vastgestelde veergelden op Elburg - Amsterdam, 1744. [NoVA]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2025/12/Ordonnantie-van-de-vastgestelde-veergelden-op-Elburg-Amsterdam-1744.-NoVA.png)
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U