Van patroniem tot papierwerk
Het is 25 januari 1813. Een maandag, voor de meeste mensen een normale werkdag. Zo ook voor Harmen Cornelisse, een 43-jarige daghuurder uit Oosterwolde. Maar vandaag staat er nog iets belangrijks op de planning. Twee jaar eerder was er per Keizerlijk Decreet afgekondigd dat iedereen die nog geen vaste achternaam had, deze moest registreren. Binnen een jaar.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
Het proces had enige vertraging opgelopen en Elburg was er pas in 1813 aan toe gekomen dit uit te voeren. Harmen, die tot dan toe enkel een patroniem droeg, (zijn vader heette Cornelis) moest zelf bedenken welke achternaam hij en zijn familie vanaf dan zouden gaan dragen. Dit kon best een opgave zijn, maar niet voor Harmen. Zijn vader maakte al gebruik van de achternaam “Kip”, en dus nam Harmen die over. Vanaf toen was hij Harmen Kip, al zal hij waarschijnlijk het patroniem naast de nieuwe achternaam hebben gebruikt of misschien wel als enige achternaam.

Veel mensen dachten dat deze verordening maar tijdelijk zou zijn en namen het daarom niet al te serieus.
Dat achternamen werden vastgelegd naar aanleiding van het Keizerlijke Decreet betekent echter niet dat mensen daarvoor geen achternaam gebruikten. Er waren alleen geen officiële regels voor en de namen waren vaak niet vastgelegd. Daarom komen in de periode vóór 1811 vaker spellingsvarianten en wisselende achternamen bij dezelfde persoon voor. Men gebruikte vaak patroniemen (Cornelisse, Gerrits, Pietersen), toponiemen (van Dijk, van het Goor, Bos) of namen die afgeleid waren van iemands beroep (Visser, Mulder, Schipper). Sommige mensen lieten deze namen registreren, anderen bedachten een nieuwe naam.
Veel mensen dachten dat deze verordening maar tijdelijk zou zijn en namen het daarom niet al te serieus. Er kwamen zelfs zo weinig mensen een achternaam opgeven dat het decreet werd verlengd tot 1814. In Elburg kwamen 42 personen bij de maire langs om een achternaam te registreren. In Ermelo gaven 156 mensen gehoor aan de oproep, in Harderwijk ongeveer 300 en in Doornspijk werden 134 nieuwe achternamen geregistreerd. Alleen het hoofd van de familie moest een achternaam opgeven. De rest van het gezin kreeg automatisch dezelfde achternaam.
Aparte registers

De bovengenoemde getallen gaan echter alleen over de christelijke inwoners van de gemeenten. Voor Joden werd een apart register bijgehouden. Waarom dit onderscheid precies werd gemaakt is niet duidelijk, bij andersoortige registraties werd die niet altijd gedaan.
Ondanks de verlenging van de termijn gaf nog niet iedereen gehoor aan de oproep om een achternaam te registreren. Meer dan tien jaar later werd onder koning Willem I een nieuwe ronde registraties afgekondigd. Wie alsnog geen achternaam liet registreren kon rekenen op een geldboete tot 100 gulden of een gevangenisstraf van maximaal 14 dagen. In 1825 werd er geen onderscheid meer gemaakt tussen Joden en christenen.
Opmaak van de akte
De registraties werden nauwkeurig opgetekend door de maire (burgemeester) van de gemeente. Veel gemeenten maakte gebruik van een standaardformulier met getypte tekst waar alleen de plaatsnamen en persoonsnamen ingevuld hoefde te worden. De maire vulde deze velden in en las de akte voor waarna de geregistreerde persoon de akte ondertekende met zijn nieuwe naam. Mits hij kon schrijven. Op de akte van Harmen staat onderaan: “verklaart niet te kunnen schrijven”. Opmerkelijk is dat in verschillende plaatsen in Nederland de akten in het Frans werden opgemaakt, Nederland stond immers onder Frans bewind en Frans was de officiële ambtstaal. Maar de registers in onze regio zijn allemaal in het Nederlands opgesteld.
Interessante bron
Hoewel er helaas geen uitleg wordt gegeven bij de gekozen achternamen zijn de registers van naamsaanneming voor menig stamboomonderzoeker een interessante bron. De overzichten noteren een ijkpunt in de tijd wanneer een achternaam, die toch best persoonlijk belangrijk kan zijn, officieel werd vastgelegd. In sommige gevallen kan er wel iets uit worden afgeleid, bijvoorbeeld welk beroep de voorouder had die de naam vastlegde. Daarnaast staan er ook enkele persoonlijke gegevens over de voorouder genoteerd, zoals geboorteplaats en de namen van de ouders. Voor het zoeken in deze bronnen is het wel nodig dat al bekend is in welke plaats de betreffende voorouder in 1813 woonachtig was. Het register van Doornspijk is voorzien van een alfabetische index, maar in de andere plaatsen moet het zoeken handmatig gebeuren.

Zelf zoeken door de registers van naamsaanneming?
Die van Harderwijk, Elburg, Doornspijk en Ermelo zijn gescand en via onze website te zien. Je vindt ze in de volgende archieven (toegang_inventarisnummer). Harderwijk (5001_2085 & 2086), Ermelo (4001_1086), Elburg (1004_400-405) en Doornspijk (1024_22). In Oldebroek liggen ook registers, maar die zijn niet gedigitaliseerd (2003_751). Je kunt ze inzien op de studiezaal, reserveer vooraf je bezoek.
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U