We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we u de beste ervaring op onze website bieden.
Tuinbouwwintercursus
De lente is in volle gang, de krokussen komen boven de grond uit en de boeren op het land zijn hard bezig met het verzorgen van de gewassen. Voor landbouwers zijn de warmere maanden de drukste maanden. In de winter is er daarentegen ruimte voor andere bezigheden, zoals bijvoorbeeld het volgen van bijscholing.
In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
In november 1913 werd door de Rijkstuinbouwleraar te Wageningen aangekondigd dat er in Elburg een “Tuinbouwwintercursus” zou worden opgestart. Dergelijke cursussen vonden in omliggende gemeenten al een tijdje plaats, met succes. In Nijkerk liep bijvoorbeeld al een tijdje zo’n cursus en ook in Wezep kon men in de winter bijleren over de tuinbouw.
Het doel van de tuinbouwwintercursus was “de volwassen tuinbouwers in de gemeente Elburg, meerdere kennis te doen verkrijgen op het gebied van Groenteteelt”. In twaalf lessen van elk twee uur werd de cursisten kennis bijgebracht over allerlei aspecten van de het verbouwen van groenten. De leiding was in handen van Johannes Kruithof, een tuinman uit Hulshorst. Hij had eerder al lesgegeven bij de cursus fruitteelt in Nijkerk. Later werden er ook lessen verzorgd door A. Rengersen, W.G. Tof en G. Scheffel.
Curriculum
In 1914 ging de eerste cursus van start. Het minimumaantal deelnemers van twaalf was blijkbaar gehaald. De eerste les was een soort introductie. De thema’s bodemgebruik en waterstand kwamen onder andere aan bod. Gedurende de cursus vorderde werden de lessen steeds specifieker. Les vier ging bijvoorbeeld over “het telen van Brusselsche lof en de financiële resultaten” en het verbouwen van rabarber en asperges. In les 10 werd de komkommerkas besproken. De laatste les omvatte zaken als ziekten en insecten, hoe deze voorkomen en bestreden konden worden.
In latere jaren leerplan verder uitgebreid. In plaats van één half jaar duurde de cursus in 1922 nu een volledig jaar, verdeeld over twee winters. In periodes van zes maanden kregen de studenten elke week minstens zes uur les. De leerlingen kregen onder andere les in natuurkunde, scheikunde en dierkunde. Aan het einde van elk halfjaar werd een certificaat uitgereikt aan de studenten die de cursus goed hadden doorlopen.
In maart 1914 kregen de burgemeester en wethouders klachten binnen over enkele cursisten die zich buiten de lestijden om in de lokalen begaven en zich kwalijk gedroegen.
Baldadigheid en afwezigheid
Niet iedereen kon zich zomaar aanmelden voor de cursus. De deelnemers moesten minstens 21 jaar oud zijn en hoofdzakelijk in de kwekerij werkzaam zijn. Wel was de cursus gratis of toegankelijk voor een klein bedrag. Personen met weinig vermogen mochten sowieso gratis deelnemen. Dat er toelatingsregels waren betekende echter niet dat elke leerling zich met 100% inzette.In maart 1914 kregen de burgemeester en wethouders klachten binnen over enkele cursisten die zich buiten de lestijden om in de lokalen begaven en zich kwalijk gedroegen. De cursus van 1923 werd na enkele wegen zelfs gestopt omdat enkele leerlingen meerdere keren niet waren op komen dagen en er nog maar zes cursisten overbleven. Die zes mochten hun leerproces voortzetten bij de cursus in Nunspeet, maar geen van hen heeft daar gebruik van gemaakt.
Verdwenen lesmiddelen
De laatste cursus vond plaats in de winter van 1926-1927. Twee jaar daarvoor had er zich echter wel wat vreemds voorgedaan. De leermiddelen die voor de cursus werden gebruikt waren zoekgeraakt. Een ambtenaar had de spullen verpakt en verstuurd naar Lunteren, waar ze in een kastje werden bewaard. Dat kastje was bij navraag echter leeg en niemand wist wat er met de spullen was gebeurd. Voor de cursus van 1926 zullen dus nieuwe spullen moeten zijn aangeschaft.
Zelf de stukken over de tuinbouwwintercursus bekijken?
Er is een beste stapel correspondentie over de cursus bewaard gebleven, met onder andere klachten, begrotingen en lesplannen. De stukken zijn in te zien op de studiezaal in Elburg, toegang 1050, inventarisnummer 11. Reserveer vooraf je bezoek.