Onrust in Wezep
Tegenwoordig heeft de politie een hoop agenten in dienst, die zichtbaar en onzichtbaar hun werk verrichtten en de buurt veilig houden. Vroeger stond de veldwachter er vaak alleen voor. Bij incidenten moest hij dan in zijn eentje de orde bewaren. En dat ging niet altijd goed.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
In het gemeentearchief van Oldebroek is een stapeltje documenten te vinden over de veldwachters in de periode 1923-1939. Het zijn voornamelijk brieven die uitgewisseld werden tussen de burgemeester, de Officier van Justitie en de Commissaris van de Koningin. Er werd geschreven over onderwerpen als uniformen, benoemingen en het wel of niet dragen van een dienstwapen. Twee brieven in het bijzonder geven ons een inkijkje in het dagelijkse werk van de veldwachter.
Schietwedstrijd

Allereerst een brief uit november 1937, geschreven door de burgemeester van Oldebroek, gericht aan de Officier van Justitie. Een maand geleden had in Wezep een bazaar plaatsgevonden om geld op te halen voor verschillende lokale doelen. Eén van de georganiseerde activiteiten was het prijsschieten, waarbij schutters konden proberen zoveel mogelijk punten te behalen om kans te maken op één van de dagprijzen, of de grote ereprijs. Er was echter wat onrust ontstaan omtrent de gebruikte buksen. Vanaf het begin waren ze al in slechte staat en vlak voor het einde hield één van de buksen er helemaal mee op. De vervangende buks was echter veel beter, waardoor de eerlijkheid van de wedstrijd werd betwist.
Het comité probeerde de zaak op te lossen door de geloste schoten van de nieuwe buks ongeldig te verklaren, en veldwachter Minnema, die met de oude buks de hoogste score had behaald, als winnaar uit te roepen. Meneer Kasperink, die met de nieuwe buks de score van Minnema had overtroffen was het hier echter niet mee eens en bleef klagen bij de organisatoren. Desondanks achtte de burgemeester dat de zaak was afgerond en dat meneer Kasperink ten onrechte klaagde. In de afsluitende zin van de brief benoemde de burgemeester dat het wellicht sowieso niet handig is dat een veldwachter deelneemt aan een dergelijk evenement.
“Dictatuur van Wezep”
De enige brief die niet door een overheidsfunctionaris is geschreven betreft een handgeschreven verslag van ene G.R. v.d. Horst. In zijn brief beklaagde hij zich over een incident waarbij zijn zoontje van negen jaar betrokken was geweest. Het zoontje had met enkele buurkinderen steentjes naar voorbijrijdende auto’s geworpen en één van de auto’s had hierdoor een flinke kras opgelopen. De bestuurder had dit gemeld bij de veldwachter, de heer Minnema en die had in de ogen van de briefschrijver de zaak niet goed afgehandeld. Volgens veldwachter Minnema moest er ƒ5 worden betaald om de schade te herstellen, maar volgens meneer v.d. Horst was dit bedrag veel te hoog en nergens op gebaseerd. Daarnaast had de veldwachter, volgens de briefschrijver, er te lang over gedaan om het voorval met het zoontje te melden bij hem te melden. Toen de veldwachter dan toch langs was gekomen zou het uit zijn gelopen op een ruzie waarbij meer geschreeuwd dan gepraat werd. Volgens het vervolg van de brief is de schrijver al langer ontevreden over het handelen van de veldwachter, en is dit incident voor hem de reden om te overwegen de “dictatuur van Wezep” te verlaten en naar een andere plaats te verhuizen.

Onderaan de brief staat een korte notitie van een ambtenaar die bij veldwachter Minnema verhaal is gaan halen. “Minnema gehoord. Heeft gansch andere lezing” staat er onder andere. De veldwachter ontkent enkele in de brief aangehaalde beschuldigingen en is van mening dat hij wel correct heeft gehandeld.
Gespannen verhoudingen
Hoe deze twee zaken verder zijn afgehandeld wordt uit deze correspondentie niet duidelijk. De functie van veldwachter was in meerdere dorpen en steden een lastig punt. Aan de ene kant werd de veldwachter vaak gerespecteerd, maar anderzijds stond de verhouding tussen veldwachter en de inwoners vaak op gespannen voet. Omdat de veldwachter er vaak alleen voor stond en beperkte bevoegdheden had was het niet altijd mogelijk om op een gepaste manier op te treden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de functie van veldwachter ondergebracht bij de marechaussee, later werd de gemeentepolitie in het leven geroepen.
Zelf de brieven lezen?
Ze zijn gedigitaliseerd. Je vindt ze in archief van het Gemeentebestuur Oldebroek, 1919-1939, Toegang 2004, inventarisnummer 150.
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U