Verslag van een veldtocht

In de nadagen van de Belgische onafhankelijkheidsstrijd hield Dries Hoefhamer per brief contact met zijn zoon Gerrit, die als militair bij de grens gelegerd was. Toen ze de brieven schreven hadden ze waarschijnlijk nooit gedacht dat deze persoonlijke correspondentie ooit in het archief terecht zouden komen.
Een schilderij van een legerkamp.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!

Sinds het vertrek van de Fransen was de relatie tussen Nederland en België nooit echt goed geweest. Hoewel ze sinds 1815 samen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vormden waren er vooral voor de zuiderlingen een hoop ergernissen. Ze werden niet evenredig vertegenwoordigd in de regering, moesten meebetalen aan de torenhoge staatsschuld van het noorden en voelden zich op het gebied van taal en religie gediscrimineerd. In 1830 bereikte de frustraties een hoogtepunt. Een paar maanden durende gewapende opstand leidde uiteindelijk tot de afscheiding van België.

het schieten hield na verloop van een uur weder op

De Nederlandse koning, Willem I, vond dit echter lastig te accepteren. In augustus 1831 stuurde hij een leger op een uiteindelijk tien dagen durende veldtocht om de revolutie de kop in te drukken. Na een paar succesvolle aanvallen stagneerde de vooruitgang door de hulp die België van bondgenoten kreeg. Nog acht jaar lang hield Willem I de troepen gemobiliseerd, tot hij in 1839 uiteindelijk toch de Belgische onafhankelijkheid erkende.

Lichte dienst

Eén van de mannen die op dat moment in het leger zat was de Elburger Gerrit Andreas Hoefhamer. In het archief van de familie Hoefhamer is een stapel brieven te vinden die Gerrit naar zijn vader, de toenmalige burgemeester van Oldebroek Dries Hoefhamer, stuurde. De eerste brief dateert van 17 september 1831, ongeveer een maand na het einde van de Tiendaagse Veldtocht. Die ochtend is Gerrit na een voorspoedige reis aangekomen in Hilvarenbeek. Hij schrijft dat hij daar niet lang zou blijven, de volgende dag stond een reis naar Diessen op de planning.

Het was rustig in het kamp. “De dienst is nog zeer ligt, daar men nu niet zoo als vroeger eene attaque vreest. De majoor en verscheidene officieren zijn met verlof.” schreef Gerrit. De tijd werd opgevuld met marsen lopen en materieel onderhouden. Af en toe was er een confrontatie met de vijand, maar deze aanvallen waren vaak van korte duur. In een brief van eind augustus schreef Gerrit bijvoorbeeld “het schieten hield na verloop van een uur weder op.” De Belgen geven zich al snel over en de Nederlanders halen een flinke buit binnen, bestaande uit onder andere 2 ambulances, 40 karren, 40 paarden en 7 kanonnen. “Gij zult onze vreugde voor deze kostelozen overwinning der vijanden kunnen gevoelen.” schreef Gerrit na afloop aan zijn vader.

Hoog bezoek

Op 23 juli kregen de legertroepen, die zich inmiddels in de buurt van Rijen hadden gevestigd, hoog bezoek. Koning Willem I kwam persoonlijk de troepen inspecteren. Zijn zoon, de latere koning Willem II, en enkele kleinzoons waren ook van de partij. “Het was een merkwaardig schouwspel” vond Gerrit, om de verschillende troepen in een speciale opstelling te zien. In het kamp verbleven zo’n 10.000 soldaten. De inspectie, of ceremonie zoals Gerrit het beschreef, duurde ongeveer twee en een half uur. Het werd de soldaten ten strengste verboden iets tegen de koning te zeggen, zodat deze niks te weten zou komen over de verdeeldheid die in het kamp was ontstaan. Sommigen dachten dat er daadwerkelijk een oorlog zou komen, anderen waren overtuigd dat het allemaal met een sisser zou aflopen.

Niets bijzonders

Eén van de laatste brieven in het stapeltje dateert van 21 november 1831. “Wederom is in de afgelopen week niets bijzonders voorgevallen.” is de eerste zin. De situatie is amper veranderd. Er moet wel weer een confrontatie zijn geweest want verderop schrijft Gerrit: “De schutters Stoffer en Wijnbergen zijn […] nog in het hospitaal.” Uit de briefwisseling wordt niet duidelijk hoe lang Gerrit nog in het kamp is gebleven. Bekend is dat hij vanaf 1832 als notaris in Elburg werkte.

Zelf de brieven lezen?

De brieven van Gerrit liggen in het archiefdepot in Elburg. Je kunt ze daar op de studiezaal bekijken. Toegang 1002, inventarisnummer inventarisnummer 606. Reserveer van tevoren je bezoek.

Nieuws

De kosten van een kerkbank

Hoe dichter bij de preekstoel, hoe hoger de prijs.

Muziek in de open lucht

Eerst door rondtrekkende muzikanten, later in vaste muziektenten.

Zoeken naar personen Epe, Hattem en Heerde

Toelichting op de overgang van de website van het streekarchief Epe, Hattem en Heerde.

Bouwvergunningen Oldebroek 1919-1999

De beschrijvingen zijn nu online beschikbaar

Noodgeld Hattem

Geld dat vernietigd moest worden, hoe zit dat?

Een kijkje in het leven van de Molijntjes

Wie in Nunspeet woont, kan niet aan de Molijntjes ontkomen.

Bier van en naar de zee dragen

Genieten van een lekker biertje vereiste vroeger nogal wat werk.

Schoolmeester en doodgraver

150 jaar geleden had de onderwijzer meer taken dan alleen lesgeven.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

Wie heeft het mooiste signalement van het land?