Noodgeld Hattem
In november 2025 krijgt Mariëlle, onze collega PR & Educatie, van collega Koop een tip: in Epe staat een doos met noodgeld. Zoals met zoveel interessante stukken blijft dit onderwerp even liggen voor ik eraan toe kom. Wanneer ik dan uiteindelijk met Koop het depot instap, laat hij me de doos zien. De deksel wordt geopend en gelijk dwarrelt het monopolygeld overal. Ik voel me even de vrouwelijke versie van Dagobert Duck die een duik neemt in zijn geld. Tegelijkertijd vraag ik me af: hoe kan het dat dit er nog is? Daarom duik ik de archieven in, op zoek naar het antwoord.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl! Liever niet het artikel lezen? Samen met Henk Tabois en Silvia Puttenstein hebben we voor RTV Hattem een filmpje opgenomen over dit onderwerp. Je kunt dit onderaan deze pagina bekijken.
Waarom noodgeld
Op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit in Nederland. In de vroege ochtend vielen de Duitsers ons land binnen. Dat had grote gevolgen voor de vrijheid, maar eveneens voor de omgang met geld. Te midden van alle chaos was er veel onduidelijkheid over betalingen. Wat zou er nu gebeuren? Iedereen eiste daarom contante betalingen, om zeker te zijn. Er ontstond een tekort aan kleingeld.
Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd op 11 mei een telegram verstuurd, waarbij werd medegedeeld dat de gemeenten gemachtigd waren om noodgeld te drukken. Deze machtiging werd op 17 mei weer ingetrokken. Binnen het werkgebied van NoVA lieten de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Hattem noodgeld drukken..
Drukproces
![Afbeelding 2 - Rooster van toezichthouders op het drukproces [Noord-Veluws Archief]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2026/08/Afbeelding-2-Rooster-van-toezichthouders-op-het-drukproces-Noord-Veluws-Archief.jpg)
In Hattem is een zeer compleet dossier over het noodgeld bewaard gebleven, waardoor het drukproces goed te reconstrueren is. Na het telegram stelde het college van B&W op 13 mei 1940 een controlecommissie aan. Steeds moesten twee controleurs aanwezig zijn bij het drukken om fraude te voorkomen. Zij hielden toezicht op het verzegelen, de overdracht aan de gemeente en de vernietiging van mis- en proefdrukken. Van elke handeling werd een ondertekend rapport gemaakt dat in de gemeentelijke kluis werd bewaard.
Het noodgeld werd vanaf 13 mei gedrukt bij Drukkerij Schipper in Hattem. Op 14 mei hielden onder anderen Rouwenhorst, Landberg, Brouwer, Roseboom, Jonker, Van Rhijn, Van Weeghel en Schakelaar toezicht. Op 15 mei werd de eerste partij overgedragen: 4.000 biljetten van ƒ1, 1.000 biljetten van ƒ2,50 en 150 bonnen van ƒ10. Het overdrachtsrapport werd ondertekend door de toezichthouders en leden van B&W.
In totaal werden 26.350 bonnen gedrukt met een totale waarde van ƒ10.000. Dit bestond uit 10.000 biljetten van 1 cent, 6.000 van 10 cent, 5.200 van 25 cent, 4.000 van 1 gulden, 1.000 van ƒ2,50 en 150 van ƒ10.
Gebruik
Het is niet helemaal duidelijk wanneer Hattem het noodgeld in omloop bracht, mogelijk al gedeeltelijk na de eerste druk op 13 mei 1940. Het bleef officieel inwisselbaar tot 20 september 1940, wat afweek van het landelijke beleid.
Op 19 juni vroeg het Ministerie van Binnenlandse Zaken gemeenten om gegevens over de gedrukte en uitgegeven biljetten en hoeveel er nog in omloop waren. Gemeenten moesten de bevolking informeren dat inwisseling uiterlijk tot 8 juli mogelijk was en de biljetten daarna onbruikbaar maken en opsturen voor controle en vernietiging. Deze instructie bereikte Hattem pas op 22 juni, terwijl het college van B&W op 20 juni al had aangekondigd dat het noodgeld uit de circulatie werd gehaald en nog drie maanden ingewisseld kon worden.
Het ministerie wees Hattem hierop, maar ondernam verder geen actie. Na een herinnering meldde Hattem dat er voor ƒ 6.177,50 aan noodgeld was uitgegeven. Op 6 juli resteerde nog ongeveer ƒ 570 en op 18 juli nog slechts ƒ 56,72. Op 5 augustus werd Hattem verzocht het noodgeld zoveel mogelijk uit de omloop te halen, ondanks de officiële inwisselingstermijn tot 20 september. Daarna bleef het stil.
Archiefexemplaren
De Nederlandsche Bank (DNB) wilde archiefexemplaren verzamelen van al het uitgegeven noodgeld. Archivaris De Waal vroeg Hattem op 29 juli 1940 om van elke coupure één of meerdere exemplaren toe te sturen en informeerde ook naar noodgelduitgiftes door particuliere bedrijven. Hattem antwoordde op 20 augustus dat de inwisseltermijn nog liep en dat men na 20 september exemplaren zou opsturen. Ook meldde de gemeente dat de Berghuizer Papierfabriek te Wapenveld levensmiddelenbonnen had uitgegeven.
De exemplaren kwamen echter niet. Na herinneringen van De Waal op 22 oktober en 5 december 1940 meldde Hattem op 10 december dat verzending nog niet mogelijk was, maar gaf wel het aantal gedrukte biljetten per waarde door. Ook een nieuwe herinnering op 17 december 1941 leverde niets op; Hattem liet weten later, bij eventuele vernietiging, aan het verzoek te willen voldoen.
Bijna tien jaar later deed De Waal een laatste poging. Hattem liet toen weten bereid te zijn enkele series van het noodgeld uit mei 1940 aan DNB te schenken, maar vroeg vanwege interne omstandigheden nog om uitstel.
![Afbeelding 3 - De verschillende biljetten [Noord-Veluws Archief]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2026/08/Afbeelding-3-De-verschillende-biljetten-Noord-Veluws-Archief.jpg)
Blij met erfgoed
![Afbeelding 4 - de aantallen gedrukte biljetten [Noord-Veluws Archief]](https://noordveluwsarchief.nl/wp-content/uploads/2026/08/Afbeelding-4-de-aantallen-gedrukte-biljetten-Noord-Veluws-Archief.jpg)
Wat de “interne zaken” waren waardoor Hattem het noodgeld niet aan DNB kon toesturen, is onbekend. Opvallend is dat de gemeente in 1941 wel contact had met de Commissaris van Afvoer Burgerbevolking en meldde dat het noodgeld uit circulatie was gehaald, maar nog niet door de controlecommissie was nagekeken. Zolang die controle niet had plaatsgevonden, konden de biljetten niet worden vernietigd.
Het noodgeld is niet vernietigd; een grote hoeveelheid biljetten is nog aanwezig in het depot. De reden daarvoor is niet uit het dossier op te maken. Wel is bekend dat het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde in 1965 van elke coupure één exemplaar ontving, waarbij de gemeente de serienummers zorgvuldig registreerde. Of De Nederlandsche Bank ooit archiefexemplaren heeft gekregen, is nog onbekend.
Het noodgeld blijft bij NoVA bewaard als getuigenis van de chaotische eerste oorlogsdagen van 1940. Er wordt gezocht naar verhalen over het gebruik van het noodgeld en de levensmiddelenbonnen van de Berghuizer Papierfabriek.
Film
Samen met Henk Tabois en Silvia Puttenstein hebben we voor RTV Hattem een filmpje opgenomen over dit onderwerp. Je kunt dit hieronder bekijken.
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U