We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we u de beste ervaring op onze website bieden.
Kampblad van de prikkeldraadstad
Het leven in het Belgenkamp in Harderwijk was niet altijd even makkelijk. De vele Belgische militairen die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleven zochten naar manieren om het leven iets dragelijker te maken. Eén van die ideeën was het oprichten van een kampblad: Inter-Nos-Revue.
In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
Als neutraal land was Nederland verplicht om buitenlandse militairen die de landsgrenzen overstoken te ontwapenen en te interneren. In Harderwijk was een kamp waar deze militairen naar toe werden gebracht. In de eerste maanden van de oorlog arriveerden er in korte tijd zo’n 13.000 Belgen in Harderwijk, wat tot dan toe een bevolking had van ongeveer 7.500. In razend tempo moest er voor al deze militairen onderdak worden voorzien.
Waar burgervluchtelingen in veel gevallen relatief snel weer terug naar hun thuisland konden, moesten de militairen wachten tot de oorlog officieel was beëindigd. Het leven in het kamp was niet altijd even prettig. Er was weinig voedsel, amper privacy, slechte huisvesting en er gingen tal van besmettelijke ziektes rond. Om het leven in het kamp te verbeteren werden er na verloop van tijd verschillende initiatieven opgezet, zoals wandelingen, sport en spel activiteiten, een bibliotheek en de aanleg van een schouwburg en bioscoop.
“verder intellectuele ontspanning (te) brengen aan de bewoners van de Harderwijker prikkeldraadstad”.
Intellectuele ontspanning
Eén van die initiatieven was de oprichting van het kampblad Inter-Nos-Revue. Op 15 mei 1916 verscheen het eerste nummer. Het doel van het tijdschrift was om “door een geestelijken band (te) vereenigen alle geïnterneerden van hier en elders in Nederland” en “verder intellectuele ontspanning (te) brengen aan de bewoners van de Harderwijker prikkeldraadstad”. Het blad bevatte een breed scala aan verschillende soorten artikelen, zoals fictieverhalen, sportverslagen, bijdragen over cultuur en wetenschap en gedichten. Er werd zowel in het Frans als het Nederlands geschreven. Artikelen werden vaak niet vertaald, tenzij het om een belangrijke mededeling ging waarvan iedereen op de hoogte moest zijn.
Het kampblad verscheen twee keer per maand, stipt op de eerste en vijftiende dag. De enige uitzondering is het speciale extra kerstnummer dat verscheen op 25 december 1917. Het kamp had een eigen drukkerij, waar het blaadje werd gemaakt. Er was een vaste redactie, maar geïnterneerden konden ook stukken insturen. Op de voorkant van elke editie prijkte een tekening van de Brusselse tekenaar Jules-Marie Canneel. In 1917 had het blad een oplage van 1400 exemplaren, waarvan 600 aan personen buiten het kamp werden geleverd, mogelijk aan geïnterneerden in andere kampen.
Kritische ondertoon
Een interessante rubriek is de “Korte Krabbels”, geschreven door Dirk Adijns. In één of twee zinnen gaf hij, of iemand die hij gesproken had, zijn mening over een dagelijks onderwerp. Vaak is er in de tekst een kritische ondertoon te lezen. Een enkele keer klaagt Adijns in de voetnoot over het feit dat hij eigenlijk meer krabbels had bedacht, maar dat die niet door de censuur waren gekomen. Ook andere schrijvers benoemen soms de, in hun ogen, strenge militaire censuur.
Ondanks de censuur geeft het tijdschrift een interessant inkijkje in het leven in het kamp. Naast de vaste taken die moesten worden verricht om het kamp draaiende te houden hadden de militairen veel vrije tijd. Verveling lag dan snel op de loer. In Inter-Nos-Revue zijn diverse aankondigingen te lezen van activiteiten, zoals sportwedstrijden, filmvertoningen of toneelvoorstellingen.
Laatste uitgave
Het laatste nummer verscheen op 15 november 1918, vier dagen na de ondertekening van de wapenstilstand die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. In dit nummer staan geen gedichten meer, geen aankondigingen of verslagen, want het kamp gaat sluiten en het blaadje houdt op met bestaan. De redacteurs en andere vaste schrijvers bedanken enkel hun lezers voor de interesse en uitten hun oplichting over het feit dat de oorlog nu eindelijk voorbij is en ze weer naar huis kunnen.