Tramlijn door stad en land
Wie zich tussen de dorpskernen in onze regio wil verplaatsen heeft tegenwoordig best een aantal opties. Per auto, trein of fiets kan je een heel eind komen. Begin vorige eeuw was er nog een mogelijkheid: de stoomtram.

In SuperNoVA kijken we naar een archiefstuk uit onze collectie. Ben je benieuwd naar de archieven die het Noord-Veluws Archief beheert? Kijk dan eens verder op www.noordveluwsarchief.nl!
In 1908 werd er een nieuwe stoomtramlijn aangelegd tussen Nunspeet en Hattemerbroek. Sinds 1864 was er al een treinverbinding tussen Utrecht en Zwolle en hoewel deze lijn door onze regio liep liet het nog veel te wensen over. Zo stopte de trein maar op een beperkt aantal stations, die vaak ver buiten de stads- en dorpskernen lagen. Station Elburg-Oldebroek lag bijvoorbeeld op zo’n zes kilometer van zowel Elburg als Oldebroek. Tegenwoordig hebben veel mensen een auto en zijn er goede lijnbusverbindingen, maar in 1908 was een afstand van 6 kilometer voor de meeste mensen nog best een tocht.
Verbeterde verbinding

Niet alleen vanuit de dorpen kwam een roep om betere bereikbaarheid, ook de stad Zwolle had hier baat bij. Tot dan toe ging het meeste verkeer per pont de IJssel over, maar deze kon niet in alle behoeften voorzien. De gemeenteraad van Zwolle had daarom al eerder bij de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid aangedrongen op het verbeteren van de verbinding tussen beide IJsseloevers.
Ook bij het veevervoer was ruimte voor verbetering. Tot de komst van de stoomtram werd het vee meestal te voet vervoerd naar de markt in Zwolle, “over de straatweg en het Katerveer”. Maar in de winter, of als het water in de rivier hoog stond was dit nogal een uitdaging. De komst van de tramlijn moest daar verbetering in brengen, naast personenwagons werd er ook met goederenwagons gereden om vee, losse vracht en post te verplaatsen.Ook bij het veevervoer was ruimte voor verbetering. Tot de komst van de stoomtram werd het vee meestal te voet vervoerd naar de markt in Zwolle, “over de straatweg en het Katerveer”. Maar in de winter, of als het water in de rivier hoog stond was dit nogal een uitdaging. De komst van de tramlijn moest daar verbetering in brengen, naast personenwagons werd er ook met goederenwagons gereden om vee, losse vracht en post te verplaatsen.
Langs de weg, door de wal
Voor de stoomtram moest een nieuw spoor worden aangelegd. Als beginpunt werd station Nunspeet gekozen, die bestond immers al als treinstation. Het nieuwe spoor moest zoveel mogelijk de bestaande wegen gaan volgen, maar dit was niet altijd mogelijk. Soms zou de tram dan een te scherpe bocht moeten maken, of zou er niet genoeg ruimte overblijven voor het andere verkeer. Op sommige plekken werden huizen en schuren gesloopt om ruimte te maken voor de trambaan. In de vesting van Elburg moest zelfs een stuk stadswal worden doorbroken zodat de tram over de gracht en door de binnenstad kon kruisen. Ook moesten er natuurlijk op verschillende plekken wissels, opstappunten, enkele remises en kantoren komen.

Het einde van de lijn
In 1926, achttien jaar na het oprichten van de tramverbinding, kwamen er voor het eerst ideeën op tafel om de tramlijn op te heffen. Dit plan werd echter niet doorgezet, omdat de behoefte aan goede bereikbaarheid nog altijd bestond en het financieel niet voordelig was om bussen te gebruiken in plaats van de tram. Vijf jaar later, in 1931 kwam er toch een einde aan de tramdienst. Eén jaar eerder was de IJsselbrug geopend, een nieuwe brug voor auto’s over de IJssel. Het autoverkeer kon nu makkelijker Zwolle bereiken en aan de tram was minder behoefte. Daarnaast zaten het toenemende autoverkeer elkaar langs de route steeds meer in de weg. Om dat op te lossen zou of de weg moeten worden verruimd, of de het tramspoor worden verlegd. Dat laatste zou alleen wel erg veel geld kosten. Uiteindelijk viel de beslissing: de spoorlijn werd opgeheven. Het personenvervoer werd daarna per autobus gedaan en voor het goederenvervoer werden vrachtwagens ingezet.
Vrij snel na de opheffing werd het spoor afgebroken en de wegen weer in oude staat teruggebracht. Maar wie goed kijkt kan op sommige plekken nog sporen terugzien van de tramlijn. In Elburg zijn in de stadswal nog delen van de voormalige opening te zien en natuurlijk de remise, waar nu een supermarkt in is gevestigd. Het fietspad aan de F.A. Molijnlaan in Nunspeet loopt waar vroeger de trambaan liep.
Meer lezen?
Er zijn veel bronnen bewaard gebleven over de oprichting, exploitatie en opheffing van de stoomtramlijn. Je vindt ze in de volgende archieven (Toegang_Inventarisnummer) Nunspeet 4001_1297 en 4002_2755, Elburg 1004_381-388, Oldebroek 2004_227. De bronnen zijn in te zien op de betreffende vestigingen, reserveer hier je afspraak.
© Noord-Veluws Archief
Ontwerp & sitebeheer door DE REE in samenwerking met ForYou B.V. en Best4U